
- locaties met data
- 15
- tellingen totaal
- 22.821
- familie
- Phoenicopteridae
Kort antwoord
Wanneer wordt de Chileense Flamingo in Nederland het meest gespot?
In Nederland wordt de Chileense Flamingo vooral gemeld in januari, februari en december. Dat beeld is gebaseerd op 22.821 tellingen op 15 locaties met voldoende data.
Maandpatroon
Maandtotalen in Nederland
22.821 tellingen
Donkergroen markeert de maanden met de meeste tellingen. Alle jaren en geldige locaties zijn samengenomen.
Over de Chileense Flamingo
De Chileense flamingo is een van de drie Zuid-Amerikaanse leden van de flamingo's.
Bron: Wikipedia
Herkennen in het veld
Hoe herken ik een Chileense Flamingo? Dit soort vliegtijdige vogel is gemiddeld 105 cm lang, met grijze poten die tot aan de "knieën" rood zijn. De Andesflamingo heeft geheel vuilgele poten in contrast hiermee.
Bron: Wikipedia (Nederlands)
Sterke regio's
In onze geldige locatiegegevens komt de Chileense Flamingo vooral naar voren in Zeeland, Zuid-Holland en Friesland. De aantallen hieronder tellen alleen locaties waar de soort minimaal 3 kalendermaanden en 5 tellingen heeft.
Geluid
Beeldcollectie
Foto's van Chileense Flamingo
Beelden worden gebruikt voor herkenning en sfeer. Licenties en bronvermelding staan per foto vermeld.

Foto: Diego Delso · CC BY-SA 3.0

Foto: FLASHPACKER TRAVELGUIDE · CC BY-SA 2.0

Foto: Haplochromis · CC BY-SA 4.0

Foto: Barcex · CC BY-SA 3.0

Foto: Haplochromis · CC BY-SA 4.0

Foto: Mar del Sur · CC BY-SA 4.0
Veelgestelde vragen
Wanneer is de beste tijd om een Chileense Flamingo te zien?
de Chileense Flamingo wordt in Nederland vooral gemeld in januari, februari en december. Dit patroon is gebaseerd op 22.821 tellingen uit de GBIF-database.
In welke gebieden komt de Chileense Flamingo het meest voor?
de Chileense Flamingo is vooral gemeld in Grevelingen, Oosterschelde, Krammer-Volkerak, Veluwerandmeren en Westerschelde & Saeftinghe. In totaal zijn er 15 locaties met betrouwbare waarnemingen, waarbij deze vijf de hoogste aantallen laten zien.
Hoe herken ik een Chileense Flamingo?
Volgens Wikipedia (Nederlands): Hoe herken ik een Chileense Flamingo? Dit soort vliegtijdige vogel is gemiddeld 105 cm lang, met grijze poten die tot aan de "knieën" rood zijn. De Andesflamingo heeft geheel vuilgele poten in contrast hiermee. Deze Flamingo voedt zich vooral met kreeftachtigen en andere kleine aquatische organismen, maar ook zaden van waterplanten en algen. Je kunt ze herkennen door hun groepen, die soms bestaan uit ongeveer tienduizenden exemplaren, te zien vliegen in de lucht.
Wat is de beschermingsstatus van de Chileense Flamingo?
de Chileense Flamingo staat op de Rode Lijst als Near Threatened (Bijna Bedreigd). Dit betekent dat de soort in de nabije toekomst kwetsbaar kan worden.
Sterkste locaties met waarnemingen
Deze locaties zijn gerangschikt op tellingen, maandspreiding, actualiteit en beschikbare locatiegegevens.
- GrevelingenZeeland16.011 tellingen · 12/12 maanden
- OosterscheldeZeeland5.121 tellingen · 12/12 maanden
- Krammer-VolkerakZuid-Holland684 tellingen · 11/12 maanden
- VeluwerandmerenFlevoland151 tellingen · 8/12 maanden
- Westerschelde & SaeftingheZeeland179 tellingen · 12/12 maanden
- RijntakkenGelderland102 tellingen · 5/12 maanden
- IJsselmeerFriesland161 tellingen · 4/12 maanden
- BiesboschNoord-Brabant118 tellingen · 5/12 maanden
- LauwersmeerGroningen19 tellingen · 5/12 maanden
- WaddenzeeFriesland14 tellingen · 6/12 maanden
- Drentsche Aa-gebiedDrenthe17 tellingen · 3/12 maanden
- ArkemheenGelderland10 tellingen · 4/12 maanden
- Voornes DuinZuid-Holland13 tellingen · 3/12 maanden
- NoordzeekustzoneNoord-Holland15 tellingen · 4/12 maanden
- BoschhuizerbergenLimburg5 tellingen · 3/12 maanden
Verwante soorten
Soorten uit dezelfde familie of orde met voldoende observatiedata.
Databron
Tellingen op deze pagina zijn afgeleid van open observatiedata via GBIF. De maandtotalen zijn aggregaties per soort, locatie, jaar en maand; individuele waarnemingen worden hier niet getoond. Laatst verwerkt op 13 juni 2026.
Bron: GBIF.org (13 juni 2026) GBIF Download https://doi.org/10.15468/dl.tby6s3