
- locaties met data
- 21
- tellingen totaal
- 4.945
- familie
- Stercorariidae
Kort antwoord
Wanneer wordt de Grote Jager in Nederland het meest gespot?
In Nederland wordt de Grote Jager vooral gemeld in oktober, september en augustus. Dat beeld is gebaseerd op 4.945 tellingen op 21 locaties met voldoende data.
Maandpatroon
Maandtotalen in Nederland
4.945 tellingen
Donkergroen markeert de maanden met de meeste tellingen. Alle jaren en geldige locaties zijn samengenomen.
Over de Grote Jager
De grote jager is het grootste lid van de jagers of roofmeeuwen, een subgroep van de Laridae. In het Zuidpoolgebied komt de zuidpooljager, S. maccormicki voor, een nauw verwante soort.
Bron: Wikipedia
Herkennen in het veld
Hoe herken ik een Grote Jager? De Grote Jager is een vliegende dader met een donkerbruin verenkleed, waarvan de onderzijde rood kleurig is. Hij heeft een zwarte haaksnavel en zwarte poten. Deze vogels zijn groot, ongeveerlijk groter dan een flinke zilvermeeuw.
Bron: Wikipedia (Nederlands)
Sterke regio's
In onze geldige locatiegegevens komt de Grote Jager vooral naar voren in Zeeland, Friesland en Noord-Holland. De aantallen hieronder tellen alleen locaties waar de soort minimaal 3 kalendermaanden en 5 tellingen heeft.
Geluid
Beeldcollectie
Foto's van Grote Jager
Beelden worden gebruikt voor herkenning en sfeer. Licenties en bronvermelding staan per foto vermeld.

Foto: Chell Hill · CC BY-SA 3.0

Foto: Erik Christensen · CC BY-SA 3.0

Foto: Hobbyfotowiki · CC0

Foto: Psychofox at English Wikipedia · Public domain

Foto: Andreas Trepte · CC BY-SA 2.5

Foto: Elrond · CC BY-SA 4.0
Veelgestelde vragen
Wanneer is de beste tijd om een Grote Jager te zien?
de Grote Jager wordt in Nederland vooral gemeld in oktober, september en augustus. Dit patroon is gebaseerd op 4.945 tellingen uit de GBIF-database.
In welke gebieden komt de Grote Jager het meest voor?
de Grote Jager is vooral gemeld in Voordelta, Noordzeekustzone, Waddenzee, Vlakte van de Raan en Bruine Bank. In totaal zijn er 21 locaties met betrouwbare waarnemingen, waarbij deze vijf de hoogste aantallen laten zien.
Hoe herken ik een Grote Jager?
Volgens Wikipedia (Nederlands): Hoe herken ik een Grote Jager? De Grote Jager is een vliegende dader met een donkerbruin verenkleed, waarvan de onderzijde rood kleurig is. Hij heeft een zwarte haaksnavel en zwarte poten. Deze vogels zijn groot, ongeveerlijk groter dan een flinke zilvermeeuw.
Sterkste locaties met waarnemingen
Deze locaties zijn gerangschikt op tellingen, maandspreiding, actualiteit en beschikbare locatiegegevens.
- VoordeltaZeeland1.108 tellingen · 11/12 maanden
- NoordzeekustzoneNoord-Holland629 tellingen · 12/12 maanden
- WaddenzeeFriesland283 tellingen · 12/12 maanden
- Vlakte van de RaanZeeland1.744 tellingen · 8/12 maanden
- Bruine BankZuid-Holland265 tellingen · 8/12 maanden
- Duinen AmelandFriesland208 tellingen · 7/12 maanden
- LauwersmeerGroningen220 tellingen · 8/12 maanden
- Westerschelde & SaeftingheZeeland48 tellingen · 7/12 maanden
- Friese FrontFriesland211 tellingen · 5/12 maanden
- GrevelingenZeeland31 tellingen · 6/12 maanden
- Duinen TerschellingFriesland39 tellingen · 4/12 maanden
- DoggersbankFriesland26 tellingen · 6/12 maanden
- Duinen VlielandFriesland12 tellingen · 5/12 maanden
- IJsselmeerFriesland12 tellingen · 5/12 maanden
- Abtskolk & De PuttenNoord-Holland13 tellingen · 6/12 maanden
- KlaverbankFriesland38 tellingen · 5/12 maanden
- Meijendel & BerkheideZuid-Holland14 tellingen · 4/12 maanden
- OosterscheldeZeeland6 tellingen · 5/12 maanden
- Duinen SchiermonnikoogFriesland15 tellingen · 3/12 maanden
- Duinen Goeree & Kwade HoekZuid-Holland5 tellingen · 4/12 maanden
- CoepelduynenZuid-Holland5 tellingen · 3/12 maanden
Verwante soorten
Soorten uit dezelfde familie of orde met voldoende observatiedata.
Databron
Tellingen op deze pagina zijn afgeleid van open observatiedata via GBIF. De maandtotalen zijn aggregaties per soort, locatie, jaar en maand; individuele waarnemingen worden hier niet getoond. Laatst verwerkt op 21 juni 2026.
Bron: GBIF.org (21 juni 2026) GBIF Download https://doi.org/10.15468/dl.b8463e